Fiscaal

Tbs-vordering terecht afgewaardeerd

gepubliceerd op: 15 december 2022

Een vader bezit 10% van de aandelen in een bv. Zijn zoon houdt de overige 90% van de aandelen via zijn holding-bv. Vader heeft een pensioenvoorziening bij de bv. Hij, zijn zoon en de bv leggen in een vaststellingsovereenkomst (vso) vast dat de zoon en zijn holding-bv ervoor zorgen dat er voldoende liquiditeiten zullen zijn om de pensioenuitkeringen aan vader te doen. Toch stoppen na verloop van tijd de pensioenuitkeringen. De zoon en de holding-bv gaan failliet. Vader boekt de niet-betaalde pensioenuitkeringen in rekening-courant bij de bv en waardeert deze tbs-vordering deels in 2017 af. Mag dat?

De inspecteur staat de afwaardering van de tbs-vordering niet toe. Volgens hem is er sprake van een bodemlozeputlening, dan wel van een onzakelijke lening. Rechtbank Gelderland oordeelt dat hij dit niet aannemelijk maakt. De tbs-vordering is geen bodemlozeputlening, omdat op het moment van aangaan van de lening nog niet duidelijk was dat de lening niet zou worden terugbetaald. Ook is er geen sprake van een onzakelijke lening, omdat vader het debiteurenrisico heeft aanvaard als pensioengerechtigde en niet als aandeelhouder. De vader heeft nauwgezet onderzoek gedaan en stappen ondernomen. Op basis daarvan heeft hij kunnen beslissen dat eind 2017 zijn vordering niet meer geheel geïnd zou kunnen worden.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.