Terugbetaling aandelenkapitaal pensioen-bv leidt tot belaste afkoop aanspraak
Een dga en zijn vrouw ontvangen van een pensioen-bv een pensioen- en lijfrente-uitkering. Zij hebben ook een schuld aan deze bv. Die schuld wordt in 2011 verrekend met de terugbetaling van aandelenkapitaal. De inspecteur stelt dat het echtpaar daarmee hun pensioenaanspraak heeft prijsgegeven en belast de aanspraak als loon uit vroegere dienstbetrekking. Het echtpaar stelt echter dat de pensioenaanspraak direct voorafgaand aan de terugbetaling niet – of deels niet – voor verwezenlijking vatbaar was. Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat het echtpaar dit niet aannemelijk maakt.
Volgens de rechtbank leidt het feit dat er sprake is van een negatief vermogen bij de pensioen-bv en van onderdekking van de pensioenaanspraak, er niet zonder meer toe dat de aanspraak niet – of deels niet – voor verwezenlijking vatbaar is. Ook na de terugbetaling van kapitaal was de pensioen-bv in staat om aan de toekomstige pensioenverplichtingen te blijven voldoen. In de aangifte IB 2016 was immers een pensioenuitkering van de bv verantwoord.
Vertrouwensbeginsel
Ook een beroep op het vertrouwensbeginsel kan het echtpaar niet baten. Bij de behandeling van de Vpb-aangifte 2013 had de inspecteur uitdrukkelijk in een brief aangegeven dat de terugbetaling van het aandelenkapitaal gevolgen zou hebben voor de loon- of inkomstenbelasting. Dat de aanslagen IB en Vpb daarna toch conform de ingediende aangiften waren opgelegd, doet geen afbreuk aan deze mededeling van de inspecteur.