Toch geen IB-ondernemerschap voor arts/tandarts zonder declaratierecht
Een arts/tandarts verricht - naast haar dienstbetrekking - ook medisch specialistische handelingen voor een ziekenhuis namens een maatschap. De arts dient namens de maatschap declaraties in bij het ziekenhuis voor de door haar verrichte behandelingen. Het ziekenhuis betaalt haar 50% van het bij de zorgverzekeraar gedeclareerde bedrag. Deze inkomsten kwalificeren niet als winst uit onderneming, oordeelt Hof Den Bosch. De arts/tandsarts voldoet niet aan het zelfstandigheidscriterium voor het IB-ondernemerschap. Er ontbreekt een contract tussen de arts en de maatschap en/of tussen haar en het ziekenhuis. Zij heeft ook geen eigen declaratierecht.
Het verwijzingshof acht het voor het ontbreken IB-ondernemerschap ook van belang dat de arts/tandarts niet aannemelijk maakt dat zij naar continuïteit streeft en ondernemersrisico loopt. Op grond van die punten verwees de Hoge Raad deze zaak eind vorig jaar naar dit hof. De Hoge Raad oordeelde toen dat Hof Arnhem-Leeuwarden te kort door de bocht was gegaan. Dat hof concludeerde namelijk ten onrechte uit het gegeven dat de arts/tandarts geen zelfstandig declaratierecht had en uit de hoogte van haar inkomsten, dat zij niet voldeed aan het zelfstandigheidscriterium. Volgens de Hoge Raad had het hof deze omstandigheden moeten bezien in samenhang met de vereisten van continuïteit en het lopen van ondernemersrisico. Over de continuïteit had het hof echter niets vastgesteld. Verder was het in dit verband zonder nadere motivering onbegrijpelijk waarom er geen betekenis is toegekend aan het risico voor de arts/tandarts dat zij inkomsten misloopt als het ziekenhuis haar niet inzet voor de werkzaamheden. Hof Den Bosch heeft die punten nu wel onderzocht.
Zelfstandig declaratierecht en ondernemerschap
Deze zaak betreft de aanslag inkomstenbelasting over 2012. Toen was het zelfstandig declaratierecht mede bepalend voor het zelfstandig ondernemerschap van vrijgevestigde medici. Sinds 1 januari 2015 zijn de vrijgevestigde medici hun zelfstandig declaratierecht kwijtgeraakt. Aanvankelijk stelde toenmalig staatssecretaris Wiebes dat daarmee ook het fiscaal ondernemerschap zou zijn vervallen. Ziekenhuizen en specialisten kunnen sindsdien wel kiezen voor vrij beroep of loondienst. Kiest de specialist voor het vrije beroep, dan kan hij gebruikmaken van enkele samenwerkingsmodellen, waarbij de specialist zich kan verenigen in een maatschap of een bv. Deze vennootschappen kunnen vervolgens met het ziekenhuis een samenwerkingsovereenkomst sluiten.
Later is gebleken dat de medisch specialisten toch ook buiten de fiscale transparante en niet- transparante modellen om fiscaal ondernemer kunnen blijven, mits zij het verlies van het zelfstandig declaratierecht – en daarmee het debiteurenrisico – compenseren met andere ondernemersrisico’s. Die andere risico’s zijn bijvoorbeeld risico’s in verband met investeringen in bedrijfsmiddelen (apparatuur), het in dienst nemen van personeel of het lopen van andere financiële risico’s