Fiscaal

Uitkeringen aan ANBI afhankelijk van twee levens – aftrekbare periodieke gift

gepubliceerd op: 27 oktober 2022

Een man en een vrouw schenken vanaf 2011 jaarlijks een lijfrente van € 50.000 aan een stichting met een ANBI-status. De schenking is vastgelegd in een notariële akte. Daarin is opgenomen dat de schenking eindigt na vijf jaar, maar ook vervalt door overlijden van de langstlevende schenker. De man trekt de schenking als periodieke schenking af in zijn IB-aangifte. De inspecteur en het hof weigeren de aftrek, omdat voor een periodieke gift het vereiste geldt dat elke uitkering afhankelijk is van een onzekere toekomstige gebeurtenis. Daarvan is hier geen sprake, omdat het (gezamenlijke) sterfterisico van de man en de vrouw veel kleiner is dan 1%. Hoe ziet de Hoge Raad dit?

De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het hof. De wetgever heeft de eis dat uitkeringen ten minste jaarlijks gedurende vijf jaren moeten worden gedaan in de wet opgenomen om geschillen te voorkomen over de aanwezigheid van een wezenlijk risico-element in het beloop van de uitkeringen. Dit blijkt uit de wetsgeschiedenis van artikel 6.38 Wet IB 2001. Als aan dit vereiste is voldaan, moet ervan worden uitgegaan dat het wezenlijke risico-element aanwezig is. Dat de sterftekans feitelijk lager is dan ongeveer 1%, staat dan aan aftrek als periodieke gift niet in de weg. Dat geldt ook voor het feit dat de periodieke gift afhankelijk is van twee levens. Uit de artikelen 6.34 en 6.38 Wet IB 2001 volgt niet dat alleen giften die afhankelijk zijn van één leven als periodieke gift in aanmerking genomen kunnen worden.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.