Fiscaal

Uitsluitend rente-inkomsten – box-3-heffing individuele en buitensporige last

gepubliceerd op: 28 oktober 2021

Het box-1-inkomen van een echtpaar bestaat in 2017, 2018 en 2019 uitsluitend uit een eigen woning zonder hypotheek. Zij hebben geen inkomen uit (vroegere) arbeid. De man heeft wel een aanmerkelijk belang in een stamrecht-bv, maar daar krijgt hij geen uitkeringen uit. Het eigen vermogen van deze bv is namelijk negatief. Het echtpaar heeft wel rente-inkomsten over hun banktegoeden van ruim € 1,2 miljoen. In 2017 betaalt het echtpaar iets minder inkomstenbelasting (IB) dan dat zij aan rente ontvangen. In 2018 en 2019 is de IB hoger dan hun rente-inkomsten. Onder deze omstandigheden vormt de box-3-heffing een individuele en buitensporige last, oordeelt Rechtbank Zeeland-West-Brabant.

De box-3-heffing is bedoeld als een belasting naar het inkomen. De rechtbank stelt echter vast dat het echtpaar in 2018 en 2019 vanwege hun lage inkomsten heeft moeten interen op hun vermogen om de verschuldigde inkomstenbelasting te kunnen betalen. In 2017 is de ontvangen rente iets hoger dan de verschuldigde IB. Daarin speelt de toepassing van de algemene heffingskorting een belangrijke rol. Deze heffingskorting is bedoeld om een minimuminkomen onbelast te houden. De rechtbank vindt daarom dat dit inkomen buiten beschouwing moet worden gelaten bij de beoordeling of het echtpaar heeft moeten interen op hun vermogen. Het echtpaar heeft in de jaren 2017 tot en met 2019 moeten interen op hun vermogen, waardoor de box-3-heffing voor hen in al die jaren een individuele en buitensporige last vormt. Daarmee is de heffing in strijd met artikel 1 Eerste Protocol van het EVRM. De rechtbank stelt het belastbaar inkomen uit box 3 schattenderwijs naar beneden bij, rekening houdend met de werkelijk ontvangen rente.

 

 

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.