Fiscaal

Verlengde navorderingstermijn niet in strijd met EU-recht

gepubliceerd op: 22 oktober 2020

Een dochter ontvangt van haar vader in 1998 een schenking. Hij stort deze op een Zwitserse bankrekening, maar zijn dochter doet geen schenkingsaangifte. De vader overlijdt in 2005. Bijna 10 jaar later informeert de dochter de fiscus over de schenking en de bankrekening. De inspecteur legt haar een navorderingsaanslag schenkingsrecht op. Terecht, oordeelt de Hoge Raad. De verlengde navorderingstermijn is weliswaar een beperking van het kapitaalverkeer, maar daarvoor bestaat een rechtvaardiging. De lange termijn is van belang bij verzwegen inkomsten of vermogen, waarvan de fiscus geen weet kon hebben.

Heeft de fiscus wel een aanwijzing voor verzwegen inkomsten of vermogen, dan is er tijd nodig om inlichtingen te verkrijgen. De verlengde navorderingstermijn van 12 jaar geldt dus niet alleen voor de navordering van inkomstenbelasting en de heffing over vermogen, maar ook voor de navordering van schenkingsrecht. Daarvoor is volgens de Hoge Raad niet van belang dat de termijn van de navordering pas begint te lopen op de dag van inschrijving van de overlijdensakte van de schenker of de begiftigde in de registers van de burgerlijke stand (artikel 66, lid 1, ten tweede SW). De navorderingsaanslag is binnen 12 jaar na de inschrijving van het overlijden van de vader opgelegd. Er is geen sprake van schending van het EU-recht.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.