Fiscaal

Verliesverrekening leidt tot terugbetaling heffingskorting

gepubliceerd op: 18 mei 2017

Een vrouw drijft tot medio 2007 met haar man in firmaverband een onderneming. In 2013 wordt de achterwaartse verliesverrekeningsbeschikking 2006 afgegeven, waarin een bedrag van € 6.024 wordt verrekend met haar belastbaar inkomen uit werk en woning over 2004. De aanslag IB 2004 was - na verrekening van de heffingskortingen - nihil en dat blijft zo na de verliesverrekening, maar haar belastbaar inkomen uit werk en woning wordt ook nihil. De inmiddels aan haar man uitbetaalde heffingskortingen worden daarom herrekend en teruggevorderd. Terecht, oordeelt Hof Arnhem-Leeuwarden. Het is hiervoor niet relevant dat de verrekening van het verlies niet leidt tot vermindering aanslag IB/PVV 2004.

De vrouw deed ook nog een beroep op het vertrouwensbeginsel. De inspecteur had haar namelijk medegedeeld dat de verliesverrekening gevolgen zou hebben voor haar aanslag IB/PVV over 2004. Het Hof wijst dat beroep af. Aan de onjuiste mededeling van de inspecteur kan de vrouw geen vertrouwen ontlenen. De mededeling is namelijk in algemene bewoordingen gesteld en er wordt ook geen bedrag vermeld.

Uitbetaling heffingskortingen
De uitbetaling van de heffingskortingen vindt plaats aan de partner die geen inkomen heeft, mits de partner die wel inkomen heeft voldoende IB/PVV betaalt. Omdat het inkomen van de vrouw tot nihil werd teruggebracht, heeft zij dus alsnog onvoldoende IB/PVV betaald en worden de uitbetaalde heffingskortingen teruggenomen.

Afbouw uitbetaling algemene heffingskorting
Sinds 2009 wordt de uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de partner zonder inkomen (geboren na 1962) geleidelijk afgebouwd tot nul.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.