Fiscaal

Voordeel bij grondaankoop vermindert verkrijgingsprijs aandelen – geen landbouwvrijstelling

gepubliceerd op: 13 januari 2022

Een man, zijn echtgenote en hun zoon exploiteren samen een landbouwmaatschap. In 2007 hebben de man en zijn zoon percelen grond gekocht, die zij in 2010 hebben ingebracht in de maatschap. In 2015 brengen de maten hun maatschapsaandelen geruisloos in een bv in. De inspecteur vindt dat de verkrijgingsprijs van de aandelen te hoog is vastgesteld. Hij heeft de percelen grond laten taxeren en concludeert dat de maatschap bij de aanschaf van de percelen een kopersvoordeel van € 179.209 heeft behaald. De man ontkent dit, omdat de economische eigendom van de percelen al in 2007 zou zijn verkregen. Rechtbank Noord-Holland gaat hier niet in mee.

De economische eigendom van de percelen grond is in 2007 verkregen door de man en zijn zoon en pas in 2010 door de maatschap door de inbreng van de percelen grond in de maatschap. De getaxeerde waarde van de percelen grond bedraagt € 754.209. De koopsom van de percelen die is betaald door de man en zijn zoon bedraagt € 575.000. Het behaalde voordeel (€ 179.209) zou bij realisatie niet onder de landbouwvrijstelling vallen. De waardeverandering is namelijk niet het gevolg van externe oorzaken als inflatie en/of conjuncturele ontwikkelingen, maar is behaald door een interne oorzaak. Die interne oorzaak betreft de mogelijkheid die de maten hadden om de percelen onder gunstige voorwaarden te verkrijgen. Het voordeel komt daarom op grond van de zesde standaardvoorwaarde bij de geruisloze inbreng in mindering op de verkrijgingsprijs van de aandelen.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.