Fiscaal

Waarde toegekend aan bedrijfsdeel woonboerderij zonder exploitatie

gepubliceerd op: 18 februari 2021

Een man koopt in 2004 een woonboerderij voor € 850.000. Hij gaat er wonen en wil een paardenfokkerij, pensionstal en trainingscentrum voor paarden beginnen. Naast de ondergrond van de woning en bedrijfsgebouwen omvat het perceel ook cultuurgrond. In 2016 verkoopt de man de woonboerderij voor € 737.500. In de beroepsprocedure neemt hij het standpunt in dat hij bij verkoop geen boekwinst heeft behaald, omdat de verkoopprijs lager is dan de aankoopprijs. Omdat de gemiddelde waarde van de woningen is gestegen, rekent hij de gehele verkoopprijs toe aan de woning. Rechtbank Gelderland gaat hier niet in mee.

De man stelt bovendien dat de beroepsmatige exploitatie vrijwel onmogelijk was door de beperkingen die de gemeente heeft gesteld aan het gebruik van het perceel. De waarde in het economisch verkeer van het bedrijfsgedeelte zou daarom nihil zijn.

De rechtbank oordeelt dat dit niet betekent dat de bedrijfsgebouwen en de cultuurgrond geen enkele waarde hebben. De gebouwen kunnen sloopwaardig zijn. Ook is niet gesteld of gebleken dat er niet over de cultuurgrond kan worden beschikt. De omstandigheid dat de koopsom in de koopakte niet is gesplitst, bewijst niet dat het bedrijfsgedeelte voor nihil is verkocht.

Ook de inspecteur onderbouwt zijn waardebepaling van het bedrijfsgedeelte onvoldoende. Daarom stelt de rechtbank de waarde van het bedrijfsgedeelte zelf vast op € 345.000.

 

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.