Werkruimte in woning tandarts te klein – geen keuzevermogen
Een tandarts drijft een eenmanszaak vanuit een pand dat haar eigendom is. Vanaf 2013 is zij tevens maat in een tandartsenmaatschap met een praktijk elders, ook in een pand dat eigendom is van de tandarts. In 2015 kopen zij en haar partner een woning, waarvan ieder 50% bezit. De tandarts rekent haar aandeel in de woning tot haar ondernemingsvermogen. In de woning bevindt zich een werkruimte met kast die voor 90% zakelijk wordt gebruikt. Dit beslaat samen 7,75% van de oppervlakte van de woning. Daarbij komt dat de tandarts op grond van de beroepsregels binnen een half uur op de praktijken moet kunnen zijn en de garage van de woning alleen gebruikt wordt voor haar zakenauto.
De inspecteur weigert de aftrek van de afschrijving op de woning. Volgens hem is de woning namelijk geen keuzevermogen, maar verplicht privévermogen. De tandarts maakt niet aannemelijk dat zij ten minste 10% van de woning zakelijk gebruikt. Hof Arnhem-Leeuwarden stelt vast dat de aangekochte woning op grotere afstand van de praktijken ligt dan de vorige woning. De woning is dan ook niet aangeschaft om te voldoen aan de verplichting om binnen een half uur op de praktijken te kunnen zijn. Deze beroepsverplichting kan er niet toe leiden dat de woning ondanks het geringe gebruik (7,75%) voor de onderneming, toch als keuzevermogen en daardoor als ondernemingsvermogen kan worden geëtiketteerd. Bovendien maakt de tandarts niet aannemelijk dat de garage bij de woning uitsluitend voor haar zakelijke auto wordt gebruikt.