Wijziging winstverdeling in maatschap rechtvaardigt beroep op OVB-vrijstelling
Een man en een vrouw zijn op huwelijkse voorwaarden getrouwd. Zij drijven sinds 1994 in maatschapsverband een landbouwbedrijf, waarbij de winst 50%-50% is verdeeld. In september 2015 komen zij overeen dat de maatschap per 1 mei 2015 wordt ontbonden. Per diezelfde datum richten zij met terugwerkende kracht een nieuwe maatschap op. Beiden brengen hun oude maatschapsaandelen in. Daarnaast brengt de man de economische eigendom in van enkele onroerende zaken, die tot zijn buitenvennootschappelijk vermogen behoren. Hiervoor beroepen zij zich op de OVB-vrijstelling.
De winstverdeling wordt 55% (vrouw) – 45% (man) en ook de stille reserves worden, voor zover niet voorbehouden, verdeeld. De stille reserves in de landbouwcultuurgronden en de gebouwen met ondergrond (voor zover niet voorbehouden) worden verdeeld in respectievelijk 10% en 1% voor de vrouw en respectievelijk 90% en 99% voor de man. De overige stille reserves (voor zover niet voorbehouden) worden conform de nieuwe winstverdeling verdeeld. Op de kapitaalrekening van de man wordt voor zijn inbreng een bedrag van 90% van de waarde van de onderneming bijgeschreven.
Geen OVB-vrijstelling
De inspecteur wijst het beroep op de vrijstelling voor de overdrachtsbelasting (OVB) af en legt een naheffingsaanslag OVB op. Volgens hem is er namelijk geen sprake van een inbreng van onroerende zaken in een nieuwe maatschap, maar is in feite ingebracht in een voortgezette onderneming in dezelfde maatschap met dezelfde maten. Rechtbank Gelderland oordeelt dat de inspecteur de OVB-vrijstelling ten onrechte heeft geweigerd. Uit de gesloten overeenkomst blijkt dat de man en de vrouw een andere winstverdeling zijn overeengekomen. Hiermee is hun bedoeling om een nieuwe maatschap aan te gaan, vastgesteld. De civielrechtelijke overeenkomst sluit op deze wijze aan bij de economische werkelijkheid. De naheffingsaanslag OVB moet worden vernietigd.