Fiscaal

Woonruimte binnen bedrijfspand leidt tot binnenlandse belastingplicht

gepubliceerd op: 15 januari 2026

Een Nederlandse man is sinds 1979 niet meer ingeschreven in de Basisregistratie Personen. Hij heeft zich toen laten inschrijven in de Filipijnen. De man handelt internationaal in legermaterieel, onder meer vanuit twee Nederlandse bv’s waarvan hij de aandelen (middellijk) houdt. Een van die bv’s is eigenaar van een bedrijfspand, waarin zich een verblijfsruimte met een zit-, slaap- en badkamer bevindt. In de maanden maart/april tot augustus/september verblijft de man regelmatig in deze ruimte en soms overnacht hij er. De man dient over 2015 een nihilaangifte in, omdat hij meent niet binnenlands belastingplichtig te zijn. De inspecteur denkt daar anders over. Hoe loopt dit af?

De inspecteur legt hem een IB-aanslag op en belast in 2015 zijn wereldinkomen. Hof Den Bosch is het met de inspecteur eens dat de man binnenlands belastingplichtig is. Volgens het hof heeft de inspecteur aannemelijk gemaakt dat de man een duurzame persoonlijke band met Nederland heeft. Daarvoor acht het hof de volgende feiten en omstandigheden van belang:

  • de woonruimte in het bedrijfspand in Nederland die de man duurzaam tot zijn beschikking heeft en het feit dat hij daar ook daadwerkelijk verbleef in de genoemde maanden;
  • de Nederlandse nationaliteit van de man;
  • de familiebanden in Nederland (onder meer kinderen uit een eerder huwelijk);
  • de economische banden in Nederland (aandelen en bedrijfsactiviteiten in de Nederlandse bv’s);
  • zelfs als de man ook inwoner is van de Filipijnen en/of Duitsland, ligt het middelpunt van zijn levensbelangen in Nederland.

Dat de man ook in Duitsland en op de Filipijnen woonruimte tot zijn beschikking heeft, sluit een woonplaats in Nederland niet uit. De band met Nederland hoeft niet sterker te zijn dan die met een ander land.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.