Hofoordeel over terpostbezorging aanslag houdt in cassatie geen stand
Belanghebbende is gevestigd in Polen en heeft een aanslagbiljet ontvangen met dagtekening 19 juni 2014 inzake invoerrechten en antidumpingrechten. Deze douaneschulden zouden op 19 juni 2014 door verjaring tenietgaan. Volgens Hof Amsterdam zijn de douaneschulden niet verjaard, omdat het hof het aannemelijk acht dat het onderhavige aanslagbiljet op 19 juni 2014 ter post is bezorgd door de Belastingdienst. Het hof heeft zijn bewijsoordeel gebaseerd op verklaringen van de inspecteur en op een interne postinstructie van de Belastingdienst. Hoe oordeelt de Hoge Raad hierover?
Volgens de Hoge Raad heeft het hof zich gebaseerd op een onjuiste rechtsopvatting – als het ervan is uitgegaan dat het voor ‘terpostbezorging’ voldoende is dat de inspecteur of de ontvanger een poststuk intern afgeeft voor verzending per post. Als het hof is uitgegaan van de juiste rechtsopvatting – namelijk dat voor ‘terpostbezorging’ vereist is dat een poststuk is aangeboden aan een postvervoerbedrijf – dan geldt het volgende. In dat geval is de vaststelling dat medewerkers van de Belastingdienst/Douane de post altijd aanbieden aan PostNL op de datum van dagtekening (en soms zelfs een dag ervoor) en nooit daarna, niet begrijpelijk zonder nadere motivering. Dat kan namelijk niet zonder meer worden afgeleid uit de werkinstructie en de verklaringen van de inspecteur. Uit deze uitspraak blijkt maar weer eens dat de Hoge Raad zeer kritisch is ten aanzien van de bewijslast van de Belastingdienst wanneer een aanslag ter post is bezorgd.
Tip
Heb je cliënten bij wie de uitreiking van aanslagen ter discussie staat? In dat geval kan het hiervoor genoemde uitspraak interessant zijn voor hen. Wil je laten beoordelen of aanslagen wel op de juiste manier zijn bekendgemaakt of dat er wellicht andere formeelrechtelijke gebreken aan die aanslagen kleven? Neem dan contact op met Micha Soltysik via m.soltysik@fiscount.nl of via (038) 456 1900.