Formeel Recht

Verzenden van beschikking niet aannemelijk gemaakt

gepubliceerd op: 23 juni 2020

Op 26 juli 2016 maakt belanghebbende, een besloten vennootschap, bezwaar tegen een beschikking, die is gedagtekend op 14 april 2011. De inspecteur verklaart dit bezwaar niet-ontvankelijk vanwege termijnoverschrijding. Hof Amsterdam stelt de inspecteur in het gelijk. Uit de rapportage die de inspecteur heeft overgelegd, kan volgens het hof worden afgeleid dat de beschikking op 13 april 2011 aan de BV is verzonden. Vervolgens heeft de BV het vermoeden van ontvangst van de beschikking niet kunnen ontzenuwen. De bezwaartermijn is daarom gestart op 14 april 2011, waardoor het bezwaar van 26 juli 2016 terecht niet-ontvankelijk is verklaard, aldus het hof.

De Hoge Raad denkt hier anders over en vernietigt de hofuitspraak. Uit de bij de rapportage van de inspecteur gevoegde bewijsstukken volgt namelijk niet dat de beschikking aan de BV deel uitmaakte van de ter post aangeboden formulieren. Het bewijsoordeel van het hof dat de beschikking aan de BV is verzonden, is daarom onvoldoende gemotiveerd. De Hoge Raad verwijst de zaak naar een ander hof voor verdere behandeling en beslissing van de zaak, met inachtneming van het arrest.

 

Tip

Uit dit arrest blijkt dat je onder omstandigheden succesvol kunt aanvoeren dat je een voor bezwaar vatbare beschikking, zoals een aanslag, niet hebt ontvangen. Daardoor is een bezwaarschrift alsnog tijdig ingediend, ook al is het pas ruim zes weken na het verstrijken van de dagtekening van de beschikking ingediend. Heb je cliënten bij wie de ontvankelijkheid van bezwaren ter discussie staat? Dan kan het hiervoor genoemde arrest interessant zijn voor hen. Wil je laten beoordelen of een bezwaarschrift ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard? Neem dan contact op met Micha Soltysik via m.soltysik@fiscount.nl of via (038) 456 1900.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.