AOW’er die in Bulgarije woont en in België werkt is in Nederland sociaal verzekerd
Een inwoner van Bulgarije heeft de Duitse nationaliteit en ontvangt een AOW-uitkering. Op 21 maart 2016 is hij in dienst getreden bij een Nederlandse werkgever. De werknemer heeft van 21 maart 2016 tot 22 augustus 2016 in Nederland gewerkt. Met ingang van 22 augustus 2016 is hij door zijn werkgever naar België gedetacheerd. De SVB heeft een A1-verklaring afgegeven, die inhoudt dat de Nederlandse wetgeving van toepassing blijft gedurende deze periode. De inspecteur heft naast inkomstenbelasting premies voor de Anw en Wlz. De werknemer is het daar niet mee eens. Wat denkt de rechter?
Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur terecht Anw- en Wlz-premies heeft geheven. Uit EG Vo. 883/2004 volgt dat de Nederlandse socialezekerheidswetgeving van toepassing is. De werknemer was eerst in Nederland verzekerd vanwege de werkzaamheden in Nederland en dat blijft zo gedurende de detachering naar België. De werknemer voldoet aan de voorwaarde dat hij ten minste 1 maand in Nederland sociaal verzekerd is geweest. De verordening wijst dan Nederland en niet Bulgarije of België aan als (enige) bevoegde staat om socialezekerheidspremies te heffen.
Ook heeft de inspecteur terecht belasting geheven over de AOW-uitkering. De werknemer is een buitenlands belastingplichtige. Nederland is op grond van artikel 7.2, lid 2 onderdeel e, Wet IB 2001 en het belastingverdrag met Bulgarije bevoegd om te heffen over de AOW-uitkering. Het gelijk is aan de inspecteur. De uitspraak is bevestigd door de Hoge Raad.