Adviesrecht OR geldt ook bij faillissement met doorstart
Een BV en haar dochter-BV gaan failliet. Inmiddels wordt met externe partijen onderhandeld over een doorstart. De curator verkoopt de activa uiteindelijk aan de koper met het lagere bod. Hij zegt met machtiging van de rechter-commissaris de arbeidscontracten van de werknemers op en informeert de ondernemingsraad (OR) over de verkoop van de bedrijfsactiviteiten. De OR verweert zich hiertegen, omdat zij geen gebruik heeft kunnen maken van haar adviesrecht (artikel 25, lid 1 WOR). Terecht, oordeelt de Hoge Raad. Het adviesrecht geldt ook tijdens een faillissement als de verkoop van activa plaatsvindt in het kader van een doorstart gericht op het behoud van arbeidsplaatsen.
De Hoge Raad wijkt hiermee af van het oordeel van de Ondernemingskamer bij het hof. Die oordeelde dat het adviesrecht van de OR niet geldt bij faillissement van een onderneming.
De Hoge Raad beperkt het adviesrecht wel tot faillissementen, waarbij een doorstart wordt gemaakt die is gericht op behoud van werkgelegenheid. De curator krijgt daarbij dan wel de ruimte om af te wijken van de formele vereisten van artikel 25 WOR als de omstandigheden van het geval dat vergen. De curator en de OR moeten zich hierbij steeds laten leiden door de redelijkheid en de billijkheid.
Geen adviesrecht bij beëindiging onderneming
Het adviesrecht geldt dus niet bij (besluiten tot) verkoop van goederen en bij ontslag van werknemers in het kader van een faillissement, dat is gericht op de beëindiging van de onderneming. De door het adviesrecht beschermde belangen moeten dan wijken voor de belangen van de schuldeisers.