Bestuurders Chinees restaurant voldeden niet aan boekhoudplicht
Een bv exploiteert om en nabij 1 februari 2017 een Chinees restaurant, dat gerund wordt door twee bestuurders. Bij vonnis van 3 april 2018 is de bv in staat van faillissement verklaard. Als gevolg hiervan verzoekt de curator om de administratie van de bv over de jaren 2017 en 2018 af te geven. Aan dit verzoek geven de gedaagden geen gehoor. De curator stelt de gedaagden vervolgens persoonlijk aansprakelijk voor het boedeltekort wegens – kortgezegd – onbehoorlijke taakvervulling. Hij sommeert het tekort te voldoen, dat voorlopig is begroot op € 88.125,99, vermeerderd met rente en kosten.
De curator vordert in dit geding betaling van het boedeltekort, en wijst naar de hoofdelijke aansprakelijkheid van de gedaagde voor het kennelijk onbehoorlijk bestuur. De rechtbank verklaart dat de gedaagden als bestuurders van de bv wegens onbehoorlijke taakvervulling jegens de boedel inderdaad hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het bedrag van de schulden van de bv. Althans, voor zover die schulden niet kunnen worden voldaan door de baten te vereffenen.
Let op
Bij het faillissement van een vennootschap is het bestuur hoofdelijk aansprakelijk voor het boedeltekort, als:
- het zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld; en
- het aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement.
Dit volgt uit artikel 2:248 lid 1 BW. Als het bestuur niet heeft voldaan aan de administratieplicht van artikel 2:10 BW, staat daarmee vast dat er sprake in van onbehoorlijke taakvervulling. Ook wordt dan vermoed dat die onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Dit artikel 2:10 BW verplicht het bestuur dus om de administratie zodanig te voeren dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de vennootschap kunnen worden gekend. Dit impliceert dat alle behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers zorgvuldig bewaard moeten worden en toegankelijk moeten zijn.