Onderneming en Recht

Mag Gerechtshof ambtshalve toepassing geven aan Weens Koopverdrag?

gepubliceerd op: 21 maart 2023

Op een koopovereenkomst van roerende zaken tussen professionele partijen die in landen zijn gevestigd die partij zijn bij het Weens Koopverdrag (hierna: WKV), is het Weens Koopverdrag in beginsel van toepassing. In een eerdere Fiscasus hebben we besproken wat dit WKV precies inhoudt en hoe het WKV wordt toegepast in de praktijk. In een recente zaak heeft de Hoge Raad uitspraak moeten doen over de vraag of het Gerechtshof het WKV ambtshalve toe mag passen, indien de Rechtbank in eerste aanleg het verdrag buiten beschouwing heeft gelaten.

 

 

Het betreft een zaak tussen twee partijen die zijn gevestigd in Nederland en België. Beide landen zijn partij bij het WKV en het verdrag is niet uitgesloten in de overeenkomst. In de procedure in eerste aanleg had de rechtbank op basis van de uitleg van de overeenkomst van partijen geoordeeld dat zij waren overeengekomen dat enkel het Nederlandse recht van toepassing was. De rechtbank heeft het WKV buiten beschouwing gelaten.

In hoger beroep heeft het Gerechtshof geoordeeld dat het WKV wel van toepassing was, terwijl geen van de grieven gericht was op het oordeel van de rechtbank over het toepasselijke recht. In cassatie wordt de vraag gesteld of het Gerechtshof dit had mogen doen. Deze vraag wordt door de Hoge Raad ontkennend beantwoord. Het oordeel van de rechtbank kon niet anders worden begrepen dan dat het WKV was uitgesloten bij de overeenkomst. Partijen zijn hiertegen niet in hoger beroep gegaan. Het Gerechtshof had het WKV daarom niet ambtshalve mogen toepassen.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.