Motor in de soep – teleurgestelde koper op de stoep
Net voor de kerstdagen had een particulier zijn auto in consignatieverkoop gegeven aan een garagebedrijf. De auto was in augustus 2022 verkocht aan een particuliere koper. Het garagebedrijf had de cliënt medegedeeld dat de koper van zijn auto de auto had teruggebracht, omdat de motor ‘in de soep gelopen was’. De cliënt mocht vervolgens kiezen: óf hij betaalde de reparatie, óf hij nam de auto terug. De cliënt was hierdoor erg ontdaan, want er was niets aan de hand met de motor toen hij de auto bij de garage had afgeleverd. Mogelijk heeft de particulier gelijk, maar daarmee zit hij nog wel in een lastig parket. Wat nu?
De problemen met de motor zijn ontstaan binnen een periode van zes maanden na aankoop van de auto. Daarom mag de koper aannemen dat zijn gekochte auto niet voldoet aan de eisen die hij als koper aan de auto mag stellen. Dit is het wettelijk bewijsvermoeden, dat is vastgelegd in artikel 7:18 van het Burgerlijk Wetboek. Voor deze particulier betekent dit dat hij moet bewijzen dat de auto tiptop in orde was op het moment dat deze werd verkocht. En dat is niet gemakkelijk. Wellicht had een aankoopkeuring uitkomst kunnen bieden. Dan was de staat van de auto (en de motor) vastgelegd bij verkoop. Helaas is dat bij deze particulier niet gebeurd.
Het is lastig om zo’n bewijsvermoeden te weerleggen, wat bijvoorbeeld ook blijkt uit de uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 4 januari jl. In deze zaak moest de verkoper bewijzen dat de afvoerleidingen niet verstopt waren toen hij zijn auto verkocht. Dat heeft de verkoper niet kunnen bewijzen. Daarmee staat vast dat de auto bij verkoop niet voldeed aan de eisen die de koper aan de auto mocht stellen. De verkoper moet in dit geval de auto terugnemen, de aankoopsom terugbetalen en de kosten voor de verzekering en wegenbelasting voor de koper vergoeden.