Onderneming en Recht

Vernietiging borg door echtgenoot aandeelhouder dga rechtsgeldig?

gepubliceerd op: 19 mei 2020

Een directeur-grootaandeelhouder heeft zich borg gesteld om uitstel van betaling te verkrijgen voor zijn onderneming en om een faillissementsaanvraag van de bv te voorkomen. De borgstelling wordt naderhand door zijn vrouw vernietigd. In cassatie is de vraag aan de orde of de borgstelling heeft plaatsgevonden ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf, als bedoeld in artikel 1:88, lid 5 BW. Hierdoor zou dan (onder meer) geen toestemming van de vrouw vereist zijn en kon de borg niet worden vernietigd. Het hof heeft geoordeeld dat dit het geval is.

In cassatie wordt geklaagd dat dit onterecht is en dat er onvoldoende rekening mee is gehouden dat de borgstelling slechts diende om een faillissementsaanvraag te voorkomen. Dit zag op een al bestaande schuld waarvoor hij voorheen niet aansprakelijk was, en leverde geen (financieel) voordeel op. De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het hof en geeft aan dat de rechtshandeling (waarvoor de zekerheid wordt verstrekt) zélf ook in de normale bedrijfsuitoefening moet zijn aangegaan. In artikel 1:88, lid 1, sub c BW staat dat een echtgenoot toestemming nodig heeft van zijn echtgeno(o)t(e) voor overeenkomsten die ertoe strekken dat hij zich – anders dan in de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf:

  • als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt;
  • voor een derde sterk maakt; of
  • tot zekerheidstelling voor een schuld van de derde verbindt.
Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.