Gewijzigd standpunt uitkeringsduur lijfrente na omzetting ODV
De Kennisgroep Verzekeringsproducten en Assurantiebelasting van de Belastingdienst heeft een gewijzigd standpunt (KG:070:2022:3) gepubliceerd voor de situatie waarin een dga een ingegane oudedagsverplichting (ODV) wil omzetten in een lijfrenterekening. Stel dat de dga op het moment van omzetten 16 jaar ouder is dan zijn AOW-leeftijd. Ten eerste is het dan goed om te weten dat de uiterste leeftijdsgrens ‘AOW + 5 jaar’ voor aankoop van een lijfrente buiten toepassing kan worden gelaten (artikel 10a.18, vijfde lid, Wet IB 2001). Maar er is meer…
De minimale uitkeringsduur is na omzetting ten minste 5 jaar als het gezamenlijke bedrag aan termijnen niet hoger is dan het maximum van € 27.192 per jaar voor de tijdelijke oudedagslijfrente. Bij een hoger uitkeringsbedrag val je onder de semi-levenslange bancaire oudedagslijfrente. De minimale uitkeringsduur is dan ten minste 20 jaar minus de al verstreken periode tussen het moment waarop de gerechtigde de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt en het moment waarop de eerste termijn van de lijfrente wordt uitgekeerd. In het voorbeeld is de dga 16 jaar ouder dan de AOW-gerechtigde leeftijd. De minimale uitkeringsduur van 20 jaar wordt verminderd met 16 jaar tot 4 jaar.