Mag Bpf MITT zich jegens ‘sectorvreemde’ werkgever beroepen op verplichtstellingsbesluit?
Valt een groothandel in schoonmaak- en hygiëneartikelen onder de werkingssfeer van het verplichtstellingsbesluit voor de Mode, Interieur-, Tapijt- en Textielindustrie (MITT)? Die vraag speelt er in deze pensioenzaak. Een beperkt onderdeel van de activiteiten van deze groothandel is het aanbrengen van logo’s op bedrijfskleding. Het hof heeft eerder geoordeeld dat de werkingssfeer al kan gelden vanaf een paar euro omzet in de betreffende bedrijfstak. Wel kwam het hof in dit dossier tot het oordeel dat een aansluiting bij het bedrijfspensioenfonds op basis van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Wat concludeert de Procureur-Generaal?
De conclusie van de Procureur-Generaal is als volgt: ‘Ook als het verplichtstellingsbesluit géén hoofdzaakcriterium bevat, moet je het volgens de cao-norm zo uitleggen dat er toch een zekere ondergrens is. Indien de betreffende activiteit niet tot de hoofdactiviteit van de onderneming behoort en het aandeel van de daarmee gemoeide omzet c.q. arbeidsuren/werknemersaantallen zeer gering is, brengt een uitleg conform de cao-norm mee dat de onderneming niet op grond van die verwaarloosbare activiteit onder dit besluit valt.’
Consequentie
Wat is het gevolg als de Hoge Raad deze overneemt? In dat geval zullen veel andere ondernemingen die slechts marginaal MITT-activiteiten verrichten hun opgelegde MITT-aansluiting ongedaan willen maken, met terugvordering van de forse koopsommen die betaald moesten worden.