Pensioenfondsen…los het (zelf) op!
Twee honden (pensioenfondsen VLEP en Horeca & Catering) vechten om een been, wie gaat er mee heen? Een onderneming houdt zich bezig met het bereiden, samenstellen en leveren van maaltijden aan particulieren en (zorg)instellingen en is aangesloten bij het pensioenfonds Horeca. VLEP meent dat dit bedrijf verplicht bij VLEP moet aansluiten. De rechter oordeelt dat aansluiting bij VLEP niet verplicht is, omdat het bedrijf de maaltijden niet fabrieksmatig bereidt. Ook hecht de rechter nog belang aan een cao-onderdeel, dat niet is opgenomen in de tekst van de verplichtstelling van het pensioenfonds. Beide ‘honden’ krijgen van de rechter een fikse veeg uit de pan.
Commentaar
VLEP verliest de zaak op basis van een interpretatie van de tekst van de verplichtstelling. Het hof oordeelt dat de maaltijden – op basis van de door het bedrijf gegeven beschreven werkwijze – niet fabrieksmatig worden bereid. Verder is in de cao (en niet in de tekst van verplichtstellingsbeschikking) opgenomen dat het moet gaan om een producent ‘die deze etenswaren niet ter directe consumptie levert’. En daarvan is volgens het hof geen sprake. Het is opmerkelijk dat het hof een bepaling uit de cao gebruikt om de tekst van de verplichtstelling uit te leggen. Maar het laat wel zien dat er tussen beide documenten beslist een samenhang is.
De veeg
Ten slotte is er nog de opmerkelijke veeg uit de pan richting de beide pensioenfondsen. Het hof merkt op dat als er sprake is van discussie over de vraag welke verplichtstelling van toepassing is, het ‘van de pensioenfondsen redelijkerwijs mag worden verwacht dat zij het geschil gezamenlijk op korte termijn en in goed overleg oplossen’. Die boodschap laat weinig aan duidelijkheid te wensen over.