Vernieuwde Wwft brengt extra eisen met zich mee
De vernieuwde Wwft eist – nog meer dan voor de verscherping per 28 juli – extra aandacht voor het Wwft-risicoprofiel van een cliënt. Veel kantoren schalen cliënten waar geen bijzonderheden spelen in de categorie ‘Laag’ in. Cliënten waar extra risico’s spelen, zoals veel contant geldverkeer, krijgen dan het label ‘Hoog.’ De Wwft schrijft niet voor welke indeling een kantoor zou moeten hanteren, maar bevat bij goede lezing zelfs vier niveaus, namelijk: verlaagd, standaard/normaal, verhoogd en zeer hoog. Dat laatste is nieuw; de Europese regelgevers denkt dan met name aan cliënten die transacties hebben met vermelde landen op de Europese lijst van Wwft-risicolanden. Én aan handelaren in goederen tegen contante betaling van meer dan € 20.000.
Het heeft voordelen om aan te sluiten bij de genoemde vier niveaus. Een gewone cliënt heeft dan geen niveau ‘laag’ maar ‘standaard/normaal’. Voor ‘standaard’ cliënten doen intermediairs al van alles qua identificatie. Het cliëntdossier bevat ID-bewijzen van bestuurders en eigenaren, KvK-uittreksels, statuten, etc. Het niveau ‘laag’ is dan te reserveren voor cliënten waar je als kantoor qua identificatie echt minder voor wilt doen, zoals partners van cliënten. En wellicht andere cliënten, waarvoor alleen een eenvoudige IB-aangifte (geen winst uit onderneming, geen belastbaar box-3-vermogen, etc.) wordt verzorgd.
Mede-identificatie partners
Een vervelend nieuw aspect van de vernieuwde Wwft is dat ook partners van cliënten (natuurlijk persoon) moeten worden geïdentificeerd indien deze meegaan in de gezamenlijke IB-aangifte. Normaal gesproken moet een identificatie in persoon plaatsvinden. Kantoren kunnen overwegen om fiscale partners met een eenvoudige fiscale situatie te categoriseren als cliënten met een laag risico. Zij kunnen dan in het kantoorbeleid opnemen dat er in dat geval geen identificatie in persoon noodzakelijk is. Het opvragen van een kopie ID-bewijs is – ter voorkoming van misverstanden – nog wel wenselijk.