Deeltijdontslag: juist in tijden van crisis én personeelskrapte
In vorige crisisperioden pasten we het ook wel toe: deeltijdontslag. Daarbij blijft het team van werknemers intact, maar worden hun dienstverbanden (en daarmee de personeelskosten) verlaagd. In tijden van zwaar bedrijfseconomisch weer kan de werkgever zo besparen op zijn personeelskosten. Tegelijkertijd blijft het inkomen van het personeel redelijk op orde. Bij deeltijdontslag wordt aan het personeel gevraagd en toegelicht om middels een vaststellingsovereenkomst arbeidsuren in te leveren. Zoveel als nodig is, om de voor de werkgever noodzakelijke kostenbesparing te realiseren. Hoe werkt dit praktisch uit?
Na ommekomst van ieders individuele opzegtermijn vraagt het personeel WW aan bij het UWV. Na de 24 maanden WW-uitkeringstermijn via het UWV – en afhankelijk van de sector – loopt die loondervingsuitkering door op basis van de PAWW-regeling: een uitkering die direct na afloop van de WW-uitkering ingaat, even hoog als die WW-uitkering en (maximaal) 14 maanden doorloopt. Zodra deeltijdontslag niet meer of minder omvangrijk nodig is, biedt de werkgever weer meer uren aan, totdat het personeel weer het oorspronkelijke aantal uren kan werken en loon betaald kan krijgen. Hierbij is het belangrijk dat de werkgever laat zien dat alle mogelijkheden zijn uitgeput om te besparen op de overige bedrijfskosten. Ofwel dat een financieel offer van zijn medewerkers onvermijdelijk is.
Behoud personeel
De werkgever wordt bij deeltijdontslag in principe niet geconfronteerd met eigenlijke afvloeiingskosten en houdt vooral ook z’n personeelsteam intact. Daarmee vermijdt de werkgever het werven van nieuwe en onbekende medewerkers op een later moment. Voor zover de werkgever in de toekomst al nieuwe medewerkers kan vinden in deze tijd van personeelskrapte(!).
Jurist en trainer arbeidsrecht Frank Troost heeft bij veel deeltijdontslagtrajecten geadviseerd en ondersteuning geboden met communicatie en documenten. Hij is bereikbaar via f.troost@fiscount.nl en (038) 45 61 900.