Arbeid en Recht

Is er een arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht?

gepubliceerd op: 29 november 2021

In 2007 komt een nieuwslezeres enkele dagen op freelancebasis te werken voor een omroep. 11 maanden later wordt er een eerste overeenkomst van opdracht gesloten voor (meestal) een jaar, die wordt voortgezet tot februari 2018. In 2018 wordt zij via een payrollorganisatie opnieuw bij de omroep te werk gesteld. Omdat de samenwerking met de payrollorganisatie wordt gestaakt, wordt ook de nieuwslezeres niet meer ingezet. Partijen discussiëren vanaf dat moment over de vraag of er sprake is van een arbeidsovereenkomst (volgens de nieuwslezeres) of een overeenkomst van opdracht (de omroep). Wie heeft gelijk?

 

De nieuwslezeres weerspreekt uiteindelijk niet dat er in de periode 2018-2021 een overeenkomst van opdracht bestond met de payrollorganisatie, zodat zij niet ondertussen een arbeidsovereenkomst rechtstreeks met de omroep kon hebben. Het geschil focust zich dan ook nog op de periode vóór 2018. De rechter legt daarvoor aan de hand van de omstandigheden van het geval uit of er wordt voldaan aan de componenten van een arbeidsovereenkomst: de ene partij verbindt zich om in dienst van de andere partij tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten (artikel 7:610 lid 1 BW).

Gezagsverhouding
Aangezien de nieuwslezeres zelf kon beslissen of ze bij piek en ziek van de vaste medewerkers van de omroep wilde komen werken, is er geen sprake van een gezagsverhouding. Dit temeer omdat ze haar bulletins naar eigen inzicht kon invullen en daarbij niet werd aangestuurd. In 2008 werd haar concreet een arbeidsovereenkomst aangeboden, maar die heeft zij afgeslagen omwille van de lagere beloning versus de inkomsten uit het freelancewerk. Kortom, zij kan achteraf niet voldoende onderbouwen dat ze werkte conform de vereisten die gelden voor een arbeidsovereenkomst.

 

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.