Niet (tijdig) genoten vakantiedagen vervallen niet zomaar
Een werknemer heeft gedurende een reeks van jaren de toegekende wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen niet allemaal opgenomen. Bij het einde van het dienstverband vordert hij een vergoeding voor deze niet-opgenomen vakantiedagen. De werkgever meent dat hij daar geen recht op heeft. De wettelijke dagen zijn vervallen, omdat de werknemer deze niet steeds had opgenomen binnen de wettelijke termijn van 6 maanden na het jaar van toekenning. Ook zijn enkele bovenwettelijke dagen niet binnen de wettelijke verjaringstermijn van 5 jaar opgenomen. Volgens de werkgever was de werknemer bovendien volledig op de hoogte van de gevolgen daarvan.
De Hoge Raad oordeelt dat de niet-opgenomen vakantiedagen alleen zijn vervallen als de werkgever aan zijn zorg- en informatieplicht heeft voldaan. Dit houdt in dit verband in dat hij de werknemer daadwerkelijk in staat moet hebben gesteld om tijdig van zijn vakantierecht gebruik te maken én hem zo nodig moet hebben gestimuleerd om dat ook daadwerkelijk te doen. Ook moet de werkgever de werknemer tijdig en precies hierover informeren. Het is aan de werkgever om te bewijzen dat hij aan deze verplichtingen heeft voldaan. Volgens de Hoge Raad heeft de werkgever dat bewijs niet geleverd. Ook heeft hij niet bewezen dat de werknemer welbewust en met volledige kennis van de gevolgen zijn vakantiedagen niet tijdig heeft opgenomen. De werkgever moet de werknemer daarom een vergoeding van ruim € 62.000 betalen, plus 10% wettelijke verhoging en wettelijke rente.
Tip
Adviseer werkgevers om hun werknemers de gelegenheid te geven hun vakantiedagen tijdig op te nemen en te stimuleren dat ook te doen, mocht dat nodig zijn. Bovendien moeten zij hun werknemers tijdig, duidelijk en bij voorkeur schriftelijk informeren over de regels met betrekking tot de opname van opgebouwde vakantiedagen.