Arbeid en Recht

Startende ondernemingen binnen een bestaande groep wel recht op SVL!

gepubliceerd op: 07 november 2022

Een eetgelegenheid heeft een aanvraag ingediend voor de ‘Regeling subsidie financiering vaste lasten startende MKB-ondernemingen COVID-19 (SVL)’ voor Q1 2021. De bv maakt deel uit van een groep ondernemingen die bestaat uit een moedermaatschappij met drie dochters, die alle actief zijn in de horeca. De moedermaatschappij en twee dochters zijn in september 2018 ingeschreven in het Handelsregister en de derde dochter (de eetgelegenheid) op 2 juni 2020. De RVO heeft de aanvraag afgewezen, omdat de ondernemer niet voldoet aan de voorwaarde dat de inschrijfdatum in het handelsregister van alle verbonden mkb-ondernemingen op of na 1 oktober 2019 ligt.

Commentaar

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) verklaart de regeling op dit punt onverbindend. Hoe komt het CBb tot dit oordeel?

Afwijking ten opzichte van TVL

Het doel van de SVL is om ondernemers die zijn gestart tussen 1 oktober 2019 en 30 juni 2020 over voldoende liquide middelen te laten beschikken om hun vaste lasten te kunnen blijven betalen. Het CBb merkt op dat de uitsluiting van ondernemingen die deel uitmaken van een groep van ondernemingen die al eerder zijn ingeschreven in het Handelsregister, afwijkt van de systematiek van de TVL. Daar is het groepsbegrip slechts van belang voor het staatssteunplafond en niet voor de aanspraak op de subsidie zelf. Deze afwijkingen in de SVL ten opzichte van de TVL vergen met name een overtuigende motivering omdat de SVL een vangnetregeling is voor ondernemingen die niet in aanmerking komen voor (de startersregeling van) de TVL.

Reden voor uitsluiting

De uitsluiting is gebaseerd op de gedachte dat de groep als geheel genoeg draagkracht heeft om de verliezen als gevolg van de overheidsmaatregelen te overbruggen. Volgens de minister zijn ondernemingen binnen een groep geen echte starters, omdat de andere ondernemingen binnen de groep de startende onderneming boven water kunnen houden. De minister kan deze algemene aanname echter niet onderbouwen. De situatie bij de eetgelegenheid wijst juist op het tegendeel. De andere ondernemingen binnen haar groep konden haar verliezen niet opvangen. De eetgelegenheid is onder meer gestart om de andere ondernemingen uit de groep te kunnen ondersteunen. Het CBb oordeelt dan ook dat de uitsluiting van ondernemingen die deel uitmaken van een groep, ondeugdelijk gemotiveerd en willekeurig is. Daarom wordt de betreffende bepaling in de SVL onverbindend verklaard.

Bij vragen over bezwaar en beroep inzake de TVL en NOW kun je contact opnemen met Hans Tabak via tel. 0575-433 555 of e-mail h.tabak@fiscount.nl.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.