Voor weigering IVA-uitkering moet UWV verbetering arbeidsmogelijkheden concreet maken
Een arbeidsongeschikte werknemer kan na 104 weken arbeidsongeschiktheid een IVA-uitkering krijgen, indien hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Voor de werknemer is het financiële voordeel dat hij/zij dan een uitkering van 75% van het dagloon krijgt in plaats van 70%. Voor de werkgever telt deze uitkering niet mee voor de premie Werkhervattingskas en deze kan ook niet op eigenrisicodragers voor de WGA worden verhaald. In een recent geval weigerde het UWV een IVA-uitkering, vanwege de zienswijze van de verzekeringsarts van het UWV. De verzekeringsarts van het UWV meende dat de belastbaarheid van de werknemer mogelijk verbeterd zou kunnen worden door een psychologische behandeling.
In beroep bevestigde de rechtbank dit standpunt van het UWV, maar de Centrale Raad van Beroep dacht hier anders over. De Centrale Raad van Beroep stelde dat het UWV op geen enkele wijze de inschatting van de verbetering in het eerstkomende jaar aannemelijk en concreet had gemaakt – en kende de werknemer een IVA-uitkering toe.
Tip
Zowel werkgevers als (ex-)werknemers hebben er een financieel belang bij dat aan volledig arbeidsongeschikte werknemers een IVA-uitkering wordt toegekend. Om die reden verdient het aanbeveling om in voorkomende gevallen tijdig (binnen 6 weken) bezwaar in te stellen tegen de uitkeringsbeslissing. De recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep laat opnieuw zien dat algemene argumenten van verzekeringsartsen van het UWV over verbetering van arbeidsmogelijkheden onvoldoende grond zijn om een IVA-uitkering te weigeren.