Werkgever maakt brokken door rammelende beëindigingsregeling
Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met een werknemer eindigt op 1 november 2023. De werkgever voert echter op 19 juni 2023 een slechtnieuwsgesprek met de werknemer. Na afloop daarvan stuurt hij de werknemer nog diezelfde dag een digitaal bericht, met de boodschap dat hij haar vanaf 19 juni vrijstelt van werk. De werknemer verschijnt dan ook niet meer op haar werk. In het bericht meldt de werkgever ook dat als zij eerder werk vindt, de arbeidsovereenkomst eindigt per deze datum. Op verzoek van de werkgever heeft de werknemer het bericht (digitaal) ondertekend voor ontvangst. Is hiermee een rechtsgeldige beëindigingsovereenkomst gesloten?
De rechtbank oordeelt dat voor een beëindiging van het dienstverband een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring van een werknemer nodig is. Is dat hier het geval? Het antwoord daarop is nee; er is hier namelijk sprake van een eenzijdige mededeling van de werkgever. De werkgever heeft de werknemer bovendien ook niet gewezen op de gevolgen die een dergelijke beëindiging voor haar heeft. Kortom, de beëindigingsregeling rammelt.
Uitbetaling vakantiedagen
Hoewel de werknemer op 1 oktober 2023 nieuw werk heeft aanvaard, is het al betaalde loon over de maand oktober daarom niet onverschuldigd voldaan. De ruime vrijstelling van werk (4,5 maand) heeft de werknemer geaccepteerd. De werkgever mocht er daarom op vertrouwen dat zij er daardoor mee heeft ingestemd om daartegenover haar vakantiedagen op te nemen. Deze hoeven dus niet meer te worden uitbetaald bij de eindafrekening.
Ik sta zowel werkgevers als werknemers regelmatig bij met het opstellen van een beëindigingsregeling (vso). Dit is vaak complexer dan je zou denken. Relevant (met name over de hoogte van de transitievergoeding) is onder meer het ontslagdossier. Heb je hulp nodig of vragen? Neem dan contact op met mr. Richard Lukken, werkzaam als arbeidsjurist en trainer, via r.lukken@fiscount.nl of 038 – 45 61 900.