BTW

Foto’s van iris in ogen geen kunstvoorwerpen – 21% btw verschuldigd

gepubliceerd op: 24 april 2026

Twee dochter-bv’s in een fiscale eenheid (FE) voor de btw hebben van een Frans bedrijf een licentie om fotoproducten aan te bieden in Nederland. Daartoe fotografeert een medewerker de iris van klanten, waarna de gefotografeerde iris wordt afgedrukt op een product naar keuze. Bij elk fotoproduct wordt een los ‘certificate of authenticity’ afgegeven, met daarbij plaats, datum en handtekening van de medewerker die de foto maakte. De FE meent dat de fotoproducten kunstvoorwerpen zijn, waarop het verlaagde btw-tarief van toepassing is. De inspecteur stelt dat de producten niet voldoen aan alle daarvoor gestelde voorwaarden. Wie krijgt gelijk?

Rechtbank Den Haag stelt vast dat op grond van artikel 4 Uitvoeringsbeschikking OB als kunstvoorwerpen foto’s worden aangewezen die:

  1. zijn genomen door een kunstenaar;
  2. door hem/haar of onder zijn/haar toezicht zijn afgedrukt;
  3. door hem/haar zijn gesigneerd en genummerd;
  4. verschijnen in een oplage van maximaal 30 exemplaren voor alle formaten en dragers samen.

Volgens de inspecteur voldoen de dochter-bv’s niet aan alle voorwaarden om de fotoproducten aan te merken als kunstvoorwerpen. De rechtbank is het daarmee eens. Het los afgegeven ‘certificate of authenticity’ voldoet niet aan de voorwaarde van signering en nummering (3). Ook wordt niet voldaan aan voorwaarde 2, omdat de medewerker die de foto heeft gemaakt geen toezicht heeft op het afdrukken op speciaal materiaal. Dat gebeurt namelijk in een fotolaboratorium in een ander land. De FE heeft terecht btw afgedragen naar het algemeen btw-tarief.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.