Magische truffels geen voedingsmiddel – toepassing 9%-btw-tarief terecht geweigerd
Een man verkoopt onder meer ‘magische truffels’. Deze truffels hebben – net als paddo’s – een hallucinerende werking. De man meent dat hij op de vergoeding voor de truffels het 9%- btw-tarief mag toepassen. Het hof heeft geoordeeld dat ‘magische truffels’ vanwege hun hallucinerende werking slechts in kleine hoeveelheden kunnen worden geconsumeerd. Daardoor is de inname van noodzakelijke voedingsstoffen via deze truffels verwaarloosbaar. De truffels worden daarnaast uitsluitend geconsumeerd voor een ander doel dan het innemen van noodzakelijke voedingsstoffen. De Hoge Raad gaat hierin mee.
De man beroept zich ook op het rechtszekerheidsbeginsel. Hij meent namelijk dat hij op grond van eerdere uitspraken van de Hoge Raad over paddo’s ervan uit mocht gaan dat ook ‘magische truffels’ onder het verlaagde btw-tarief (post a.1, letter a, van Tabel I) vallen. De Hoge Raad oordeelt dat in deze uitspraken niet besloten ligt dat alle mogelijk eetbare producten, ongeacht soort, samenstelling, voedingswaarde of vorm, onder voedingsmiddelen in de zin van post a.1, letter a, van Tabel I worden begrepen. ‘Magische truffels’ zijn – anders dan paddenstoelen – niet als een groente te beschouwen. Aan de eerdere uitspraken kan daarom niet de zekerheid worden ontleend dat ook de schimmels die tussen de zwamdraden van bepaalde paddenstoelen onder de grond groeien (zoals ‘magische truffels’ ofwel sclerotia) tot de in post a.1 van Tabel I vermelde voedingsmiddelen behoren.