BTW

Geen naheffing btw-teruggaaf als fiscus simpele fout niet corrigeert

gepubliceerd op: 25 maart 2019

Een ondernemer houdt zich bezig met de begeleiding van (minderjarige) artiesten. Hij claimt over een aantal kwartalen btw-aftrek. De aftrek wordt verleend, nadat de inspecteur facturen heeft opgevraagd en gecontroleerd. Hij maakt daarbij het voorbehoud dat de btw achteraf kan worden gecorrigeerd. Enkele jaren later blijkt bij een boekenonderzoek dat de btw-teruggaaf ten onrechte is verleend. De inspecteur legt daarom een naheffingsaanslag op. Ten onrechte, oordeelt Hof Den Haag. De btw kan niet worden nageheven over de kwartalen waarvan de facturen zijn gecontroleerd. De ondernemer beroept zich terecht op opgewekt vertrouwen.

 

Het hof acht het van belang dat het voor de controlerende ambtenaren zelfs bij een zeer marginale controle al duidelijk moet zijn geweest dat de ondernemer geen recht had op aftrek van voorbelasting. De reden voor de naheffing betreft namelijk allesbehalve een complexe kwestie. De verleende teruggaaf is te wijten aan een foute beoordeling aan de kant van de Belastingdienst. Hierdoor is bij de ondernemer de indruk gewekt dat hij recht had op btw-aftrek. Dat de ondernemer zelf had moeten begrijpen dat hij dat recht niet had – waardoor geen vertrouwen kan ontlenen aan de verleende teruggaven – is volgens het hof onjuist omdat de ondernemer beschikt over geen enkele fiscale kennis. Hij vertrouwde op het oordeel van de fiscus, nadat hij de facturen had overgelegd. Er is sprake van afwezigheid van alle schuld (avas). Het voorbehoud van een naheffing betekent niet dat de inspecteur geen vertrouwen kan hebben opgewekt.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.