Onterechte optie btw-belaste verhuur voor nieuwgebouwde atelierwoning
Een fiscale eenheid (FE) levert eind 2016 een nieuw gebouw op dat uit vijf verdiepingen bestaat. Op de begane grond bevindt zich een bedrijfswoning met atelierruimte die pas vanaf 1 november 2020 wordt verhuurd aan een echtpaar. Daarbij wordt geopteerd voor belaste verhuur. De FE heeft de btw op de bouwkosten ter zake van de verhuurde ruimte afgetrokken. De inspecteur heeft de aftrek gecorrigeerd omdat volgens hem opteren voor belaste verhuur niet mogelijk was. Het gebouw – en specifiek de bedrijfswoning met atelierruimte – wordt namelijk niet voor 90% of meer belast gebruikt door de huurders.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat op de fiscale eenheid de bewijslast rust dat sprake is van belast gebruik van de bedrijfswoning en dat terecht is geopteerd voor belaste verhuur. De rechtbank stelt vast dat de vrouw van het echtpaar (de huurders) in 2023 schriftelijk heeft verklaard dat het gehuurde wordt gebruikt als kunstatelier en opslagruimte, maar daar is feitelijk geen sprake van geweest. Daarbij is van belang dat de man noch de vrouw in de hoedanigheid van kunstenaar als belast ondernemer voor de omzetbelasting is aangemeld.
Ook zijn er geen aanknopingspunten op basis waarvan de rechtbank kan aannemen dat zij wel als zodanig hebben gehandeld. Er zijn evenmin objectieve aanknopingspunten waaruit blijkt dat het echtpaar de intentie had om (een deel van) het gehuurde belast te gaan gebruiken. Dat de man vrij kort na het sluiten van de huurovereenkomst is overleden, maakt dat niet anders. Daardoor is het juist minder aannemelijk dat hij als kunstenaar heeft gewerkt in de periode vanaf 1 november 2020 tot zijn overlijden begin 2021. Nu de FE het belaste gebruik niet heeft aangetoond, is opteren voor belaste verhuur niet mogelijk. De inspecteur heeft daarom terecht de aftrek van voorbelasting op de bouwkosten gecorrigeerd.