Estate- en Financiële Planning

Aan wie komt de rente toe bij ouderlijke boedelverdeling en tweetrapsmaking?

gepubliceerd op: 08 mei 2026

De vader van Lisa is in 1999 overleden. Haar moeder heeft de gehele nalatenschap verkregen en Lisa en haar zus hebben nu een vordering op moeder. Op de vordering werd rente berekend. Verder is een tweetrapsmaking opgenomen. Als Lisa geen kinderen heeft, dan zal bij haar overlijden haar verkrijging naar haar zus gaan. In 2019 komt moeder te overlijden en is de vordering plus rente opeisbaar. In 2020 komt Lisa te overlijden. De vraag is of ook de rente – meer dan € 900.000 – onder de tweetrapsmaking valt en naar de zus van Lisa moet gaan?

De vereffenaar is van mening dat de rente naar de zus van Lisa dient te gaan. Dit heeft hij onderbouwd met een legal opinon van een hoogleraar. De man van Lisa is het er niet mee eens en vraagt Rechtbank Midden-Nederland om de rente naar hem over te maken. Hij stelt zich op het standpunt dat de rente over de vordering niet tot de nalatenschap van vader behoort, maar tot de nalatenschap van moeder. Dit betekent dat de rente aan hem toekomt en niet onder de tweetrapsmaking valt.

Uitleg testament bepalend
De rechter oordeelt dat de uitleg van het testament van belang is. Uit het testament van de vader van Lisa blijkt duidelijk dat hij wilde voorkomen dat zijn vermogen – direct of indirect – buiten zijn familie zou geraken. De uitleg van Lisa’s man zou ertoe leiden dat een substantieel deel van het vermogen alsnog naar de zogenoemde koude kant zou gaan. En die uitleg staat op gespannen voet met de duidelijke strekking van het testament. Daarin heeft vader juist beoogd zijn vermogen niet buiten zijn familie terecht te laten komen. De rechtbank acht niet aannemelijk dat vader een dergelijke uitkomst heeft willen aanvaarden. Daarmee wordt de vordering afgewezen.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.