Hoe vererft een ODV?
Stel, uw cliënt is gehuwd in gemeenschap van goederen en heeft twee kinderen. Als dga heeft hij zijn ouderdoms- en nabestaandenpensioen in 2017 omgezet in een ODV. Ruim voordat deze uitkeringen zouden ingaan, overlijdt uw cliënt. Hij heeft weliswaar een testament, maar daarbij is de wettelijke verdeling ongemoeid gelaten. De vraag is dan: hoe vererven deze rechten? De Belastingdienst heeft hierover een handreiking uitgebracht. Voor de hiervoor weergegeven - veel voorkomende - situatie kan het volgende worden gemeld.
Het ouderdoms- en nabestaandenpensioen is toegekend aan de man, en dus niet mede aan zijn partner. Na omzetting is dan ook alleen de man gerechtigd tot de ODV-rechten. Deze rechten behoren dus geheel tot zijn nalatenschap, maar de waarde moet wel worden verrekend bij het verdelen van de huwelijksgoederengemeenschap. Pensioenrechten behoren daar niet toe, maar ODV-rechten wel.
Wettelijke verdeling
Op grond van de wettelijke verdeling komen de ODV-rechten geheel toe aan de langstlevende, hier: de echtgenote. Bij de uitkering worden deze rechten (uiteindelijk) belast met inkomstenbelasting. Daarom worden zij vrijgesteld van erfbelasting. Wel worden de ODV-rechten voor 50% op de partnervrijstelling geamputeerd, derhalve op gelijke wijze als bij pensioenrechten. Is de wettelijke verdeling niet van toepassing, dan wordt de uitwerking anders. Om in dat geval de uitkeringen toch geheel te laten toekomen aan de langstlevende, is het nodig om maatregelen te nemen.
Tip
Wijkt de situatie van uw cliënt af van deze situatie die relatief als ‘standaard’ mag worden aangemerkt? Beoordeel dan of maatregelen noodzakelijk zijn.