Insluitingsclausule of toch een uitsluitingsclausule...
Een ouder of grootouder kan in zijn of haar testament of schenkovereenkomst opnemen dat hetgeen hij nalaat of schenkt, bij de erfgenaam of begiftigde juist wel in de gemeenschap valt. Waarom zou uw cliënt hiertoe willen overgaan? Om te beginnen is het niet effectief. Of de partner dan ook kan beschikken over het geschonken of nagelaten vermogen, hangt immers af van de vraag hoe het kind en deze partner zijn gehuwd en welk testament het kind opstelt. Is er bijvoorbeeld een koude uitsluiting, dan valt er vanzelf niets in te sluiten. Wordt toch gekozen voor de insluitingsclausule, dan kan deze ook voorwaardelijk zijn.
De insluitingsclausule kan – net zoals de uitsluitingsclausule – voorwaardelijk zijn. Aan de werking van de clausule kunnen dus ontbindende en opschortende voorwaarden worden verbonden. Zo kan bijvoorbeeld worden bepaald dat de goederen alleen in de gemeenschap vallen als:
- het huwelijk eindigt door overlijden van het kind; of
- het huwelijk eindigt door het overlijden van de partner.
Ook kan worden bepaald dat het geclausuleerde vermogen in de gemeenschap valt, onder ontbindende voorwaarde van echtscheiding. De mogelijkheden zijn eindeloos, zo lijkt het. Met de insluitingsclausule kan, net als met de uitsluitingsclausule, maatwerk worden geleverd.
Al met al lijkt het erop dat er geen bijzondere voordelen zijn toe te kennen aan een insluitingsclausule boven een uitsluitingsclausule.