Estate- en Financiële Planning

Rekenen met latentie (1)

gepubliceerd op: 18 augustus 2017

Onze wetgever heeft bepaald dat wanneer bij een overlijden de IB-claim van box 2 geruisloos overgaat op de erfgenaam of legataris, hiervoor in de aangifte erfbelasting een fictieve latentie IB van 6,25% in aftrek mag worden gebracht. Deze latentie wordt vervolgens beschouwd als een tegenprestatie en hoeft dus niet in aanmerking genomen te worden bij het berekenen van de vrijstelling BOR. Daar staat tegenover dat voor zover het ondernemingsvermogen op grond van de BOR wordt vrijgesteld, de latentie niet (nogmaals) in aftrek kan worden gebracht. Een voorbeeld ter verduidelijking.

Piet de Boer is overleden en heeft zijn aandelen Piet de Boer Holding BV met daarin het bedrijfspand en de 100%-deelneming Piet de Boer Architectuur nagelaten aan zijn zoon Klaas Jan. De waarde van de aandelen Holding bedraagt ca € 1.500.000. Klaas Jan was al in de zaak werkzaam en gaat deze voortzetten. Het aandelenkapitaal van de Holding, tevens de verkrijgingsprijs, bedraagt € 18.000.
We nemen aan dat er geen overtollige liquiditeiten zijn. De BOR wordt berekend zonder rekening te houden met de latentie. Deze bedraagt (100% van € 1.063.479) + (83% van € 436.521), afgerond € 1.425.000. De latentie IB in box 2 is 6,25% van (€ 1.500.000 – € 18.000), ofwel € 92.625. Alleen het deel hiervan dat nog niet is vrijgesteld door de BOR – 75/1500 deel (€ 4.631) – komt aanvullend in aftrek.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.