Schenking inbrengen of inkorten?
De meeste ouders willen hun kinderen gelijk behandelen. Als een ouder aan een kind bij leven een grote schenking doet (bijvoorbeeld in de vorm van een onderneming of een eigen woning), kunnen daarbij grote verschillen tussen de kinderen optreden qua vermogensoverdracht. Een techniek om deze verschillen te neutraliseren, is om de schenking te laten inbrengen in de nalatenschap van de betreffende ouder. De nalatenschap van de ouder wordt dan fictief verhoogd met de schenking, ieder krijgt zijn deel en de fictieve schenking wordt weer in mindering gebracht op het erfdeel van het betreffende kind. Gaat dit dan altijd goed?
Nee, zeker niet. Stel dat alleenstaande ouder Pieter een eigenwoningschenking heeft gedaan van € 106.000 aan zijn zoon Jaap, en niet aan zijn dochter Susie omdat die nog niet zover was. Bij de schenking heeft Pieter bepaald dat Jaap deze schenking moet inbrengen in zijn nalatenschap. Pieter overlijdt onverwachts, zijn vermogen is dan nog € 50.000. Hoe werkt dat uit?
De nalatenschap wordt fictief gesteld op € 156.000, waardoor ieders erfdeel € 78.000 is. Bij Jaap wordt € 106.000 in mindering gebracht, zodat hij per saldo € 28.000 aan zijn zus moet betalen. Echter, Pieter ziet de bui al hangen en verwerpt de nalatenschap van zijn vader. Susie is dan enig erfgenaam en erft slechts € 50.000. Wat kan zij nog doen?
Bij deze cijfers niets. Zij had de schenking aan Jaap kunnen inkorten (in rechte aantasten) als zij daardoor in haar legitieme portie was geschaad. Dat is echter niet het geval, omdat € 50.000 nog altijd meer bedraagt dan haar legitimaire aanspraak, die 25% is van € 156.000 = € 39.000.
Tip
Wees je ervan bewust dat als ouders vooruit gaan schenken aan een of meer kinderen, de andere kinderen daardoor kunnen worden geschaad als deze schenking meer bedraagt dan het vermoedelijke kindsdeel. Wil je dat niet, dan moet er minder worden geschonken.