500-kmgrens ook van belang voor etikettering zakelijke auto
Een ondernemer monteert keukens bij particulieren thuis. Hij heeft hiervoor een Volkswagen Crafter tot zijn beschikking. Daarnaast gebruikt de ondernemer een Toyota Prius bij het verrichten van de servicewerkzaamheden. Hij rekent deze auto tot zijn bedrijfsvermogen. Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de Prius tot het keuzevermogen van de ondernemer behoort. Hij mag daarom deze auto tot zijn bedrijfsvermogen rekenen. Voor de etikettering van auto’s wordt namelijk niet aangesloten bij de 90%-grens, maar bij de km-grens voor het bijtellingsforfait. De man maakt aannemelijk dat hij meer dan 500 km zakelijk heeft gerende met de Prius.
De rechtbank verwijst naar een uitspraak van de Hoge Raad uit 2001. Hierin maakt de Hoge Raad een uitzondering op de 90%-regel voor de afbakening tussen keuzevermogen en verplicht privé- of ondernemingsvermogen voor auto’s. Bij auto’s wordt voor die afbakening namelijk aangesloten bij de km-grens voor het bijtellingsforfait. Die absolute km-grens ligt in de betreffende jaren (2012-2015) bij 500 km. Voor de etikettering van een auto is het van belang of er met de auto meer dan 500 km zakelijk is gereden. Is dat het geval, dan kan de auto tot het keuzevermogen worden gerekend. Daarvoor is het dus niet relevant of meer dan 10% van de totale gereden kilometers zakelijk is.
90%-regel
De 90%-regel houdt in dat er eerst moet worden vastgesteld of de ondernemer een vermogensbestanddeel op zijn minst enige mate zakelijk gebruikt. Is dat niet het geval, dan is het vermogensbestanddeel verplicht privévermogen. Is er wel sprake van enig zakelijk gebruik, dan kan het vermogensbestanddeel tot het keuzevermogen behoren. Maar wordt het vermogensbestanddeel (nagenoeg) uitsluitend (90%) gebruikt voor de onderneming of in privé? In dat geval behoort het vermogensbestanddeel tot het verplicht ondernemingsvermogen respectievelijk het verplicht privévermogen.