Fiscaal

A-G: 8% belastingrente Vpb is onhoudbaar

gepubliceerd op: 02 oktober 2025

Advocaat-Generaal (A-G) Koopman concludeert dat de belastingrente van 8% voor de vennootschapsbelasting in 2022 en 2023 onhoudbaar is. Nadat Rechtbank Noord-Nederland eind vorig jaar oordeelde dat deze belastingrente in strijd was met het evenredigheidsbeginsel en moest worden gehalveerd, stelde de Staatssecretaris sprongcassatie in. Maar dat cassatieberoep moet volgens de A-G ongegrond worden verklaard. Hij voert daarvoor verschillende gronden aan. Zo geeft hij aan dat een rente van 8% verder gaat dan nodig is voor het doel van de belastingrente, namelijk de compensatie van het rentenadeel van de Belastingdienst. Wat zijn de andere gronden?

De belastingrente van 8% is volgens de A-G ook onhoudbaar, omdat niet is gebleken dat de wetgever bij de belangenafweging de gevolgen van het hoge belastingrentetarief voor Vpb-ondernemers voldoende heeft meegewogen. De A-G concludeert dat de Hoge Raad het cassatieberoep ongegrond moet verklaren en het belastingrentepercentage moet vaststellen op 4%. De A-G oordeelt dat voor het bepalen van de hoogte van de belastingrente uit zou moeten worden gegaan van de wettelijke niet-handelsrente (artikel 6:119 BW). Dat zou betekenen dat het rentepercentage moet worden vastgesteld op 2% in 2022, 6% in 2023, 7% in 2024 en 6% in 2025.

Massaalbezwaarprocedures
De bezwaarschriften tegen het in rekening gebrachte percentage belastingrente voor de vennootschapsbelasting en enkele overige middelen vanaf 1 oktober 2020 zijn aangewezen als massaal bezwaar. Dat geldt overigens ook voor de belastingrente in de IB. Als de Hoge Raad het advies van de A-G volgt, heeft dat grote gevolgen voor alle Vpb-plichtigen en IB-plichtigen die tijdig bezwaar hebben gemaakt tegen de belastingrente.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.