Geen 2% OVB vanwege niet voldoen aan hoofdverblijfcriterium
Een man koopt eind april 2023 het appartementsrecht voor een woning, die op 7 juni 2023 aan hem wordt geleverd. In de leveringsakte staat dat hij de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaat gebruiken. De notaris doet dan ook OVB-aangifte naar het 2%-tarief. Op 25 juli 2023 laat de man zich op het adres van de woning inschrijven in de basisregistratie personen (bpr). In september 2023 zet hij de woning te koop en op 27 oktober 2023 laat hij zich op dit adres uitschrijven uit de brp en inschrijven op het adres van zijn partner. Op 13 november wordt zijn woning verkocht en begin januari 2024 geleverd aan de koper. De inspecteur stelt dat het 2%-OVB-tarief ten onrechte is toegepast.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant is het met de inspecteur eens. De man maakt niet aannemelijk dat aan het hoofdverblijfcriterium is voldaan. De volgende feiten en omstandigheden bevestigen dat het verblijf in de woning tijdelijk was:
- extreem laag stroom-, water- en gasverbruik;
- pogingen tot eerdere opzegging van gas-, water en elektriciteitscontracten en internet- en televisieabonnementen.
Verklaringen van zijn vader en een derde tonen weliswaar aan dat hij in de woning verbleef, maar niet dat hij de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf heeft gebruikt.
Verder kan de omstandigheid dat de man kort na de aankoop van het appartementsrecht zijn partner heeft ontmoet niet worden aangemerkt als onvoorziene omstandigheid als bedoeld in artikel 15a, vierde dan wel vijfde lid, van de WBR. De inspecteur heeft daarom terecht een naheffingsaanslag OVB opgelegd naar het algemene OVB-tarief.