Fiscaal

Geen aftrek en voorziening borgstellingsverlies voor DGA

gepubliceerd op: 12 december 2019

Een DGA staat borg voor de bankleningen van zijn bv’s. De bank spreekt hem in 2014 aan als borg, waarna de DGA voorzieningen vormt met betrekking tot de regresvorderingen op zijn bv’s. Hij trekt in zijn aangifte IB 2014 een borgstellingsverlies af ter grootte van de gevormde voorzieningen. De inspecteur weigert de aftrek. De DGA kan geen voorziening vormen, omdat op de balansdatum zijn financiële positie daarvoor te zwak is. Hij is - en zal  - niet in staat zijn om de borgstellingsverplichtingen te betalen. Rechtbank Gelderland oordeelt dat de aftrek terecht is geweigerd, omdat de DGA niet voldoet aan de voorwaarden voor het vormen van een voorziening.

Voor het vormen van een borgstellingsvoorziening is het niet nodig dat de DGA de verplichtingen uit de borgstelling al heeft betaald. Wél is van belang dat hij voldoet aan de algemene voorwaarden die gelden voor de vorming van een voorziening. Dat wil zeggen:

  • de toekomstige uitgave moet haar oorsprong vinden in feiten of omstandigheden die zich in de periode voor balansdatum hebben voorgedaan; en
  • de uitgave moet ook aan die periode kunnen worden toegerekend; en
  • er moet een redelijke mate van zekerheid bestaan dat de uitgave zich voordoet.

Aan die laatste voorwaarde voldeed de DGA niet. Zijn vermogenspositie was slecht in 2012 tot en met 2014. Dit leidde in 2015 tot zijn persoonlijke faillissement. Ook kon hij niet voldoende onderbouwen dat hij in de nabije toekomst over voldoende inkomen zou kunnen beschikken, waarmee hij de verplichtingen uit de borgstelling zou kunnen voldoen.

 

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.