Geen opgewekt vertrouwen door vooraf ingevulde aangifte
Een man ontvangt in 2020 loon van drie verschillende bv’s. In zijn aangifte IB 2021 geeft hij een box-1-inkomen aan van € 7.173. De inspecteur baseert de voorlopige aanslag op de ingediende aangifte. Bij het opleggen van de definitieve aanslag stelt hij het box-1-inkomen echter vast op € 10.933. Volgens de inspecteur was het loon van de derde bv namelijk niet aangegeven in de IB-aangifte 2020. De man is het daar niet mee eens en beroept zich op het vertrouwensbeginsel. Hij mocht er toch op vertrouwen dat de vooraf ingevulde aangifte juist was? Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt echter anders.
Belastingplichtigen zijn én blijven verantwoordelijk voor de juistheid van hun aangifte, ook als de gegevens vooraf zijn ingevuld, aldus de rechtbank. Zij moeten de vooraf ingevulde gegevens controleren en zo nodig corrigeren. De inspecteur toont bovendien aan dat het loon van de derde bv wel in de vooraf ingevulde aangifte IB 2020 heeft gestaan. De man heeft dit vermoedelijk zelf verwijderd. De man spreekt dit ook niet tegen. De aanslag IB 2020 blijft in stand.