Fiscaal

Heffingskorting terecht nagevorderd na verliesverrekening ex-partner

gepubliceerd op: 11 maart 2021

Een man heeft in 2009 geen belastbaar inkomen. Zijn fiscaal partner heeft wel inkomen. De inspecteur kent de man € 2.092 gecombineerde heffingskorting toe. Het saldo van de gecombineerde inkomensheffing en de gecombineerde heffingskorting van de fiscaal partner is daarvoor hoog genoeg. De fiscaal partner heeft in 2012 een negatief inkomen. Dit wordt in 2016 verrekend met het positieve inkomen van de partner over 2009. Het saldo van de gecombineerde inkomensheffing en de gecombineerde heffingskorting over 2009 wordt daardoor nul. De inspecteur legt de man vervolgens een navorderingsaanslag op voor de achteraf onterecht toegekende heffingskorting. Maar is dit terecht?

Hof Arnhem-Leeuwarden stelt vast dat de man, achteraf bezien door de achterwaartse verliesverrekening bij zijn (inmiddels ex-)partner niet aan de wettelijke voorwaarden voldoet voor de verleende heffingskorting. De inspecteur heeft deze heffingskorting binnen de verruimde navorderingstermijn teruggevorderd.

Verruimde navorderingstermijn

Als een heffingskorting ten onrechte of tegen een te hoog bedrag is verleend, blijft na afloop van de navorderingstermijn de bevoegdheid tot navorderen bestaan. Dit is mogelijk tot acht weken na het tijdstip waarop de aanslag van de partner die relevant was voor die heffingskorting, onherroepelijk is geworden. Dit geldt ook voor een beschikking of uitspraak tot vermindering van die aanslag.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.