Herwaardering voorraad leidt tot winstcorrectie
Een man drijft met zijn broer in een vof een handel in auto-onderdelen en -accessoires uit de VS. De man dient de aangifte IB 2019 pas in nadat de inspecteur hem een ambtshalve aanslag heeft opgelegd. De inspecteur stelt vast dat de voorraad daarin is gewaardeerd tegen actuele inkoopprijzen in plaats van historische kostprijzen. Hierdoor is de waarde van de voorraad sterk gestegen. De inspecteur legt daarom een navorderingsaanslag IB 2019 op. Rechtbank Gelderland gaat hierin mee. De inspecteur maakt aannemelijk dat de voorraad is geherwaardeerd naar hogere inkoopprijzen en dat een bedrag van € 162.032 ten onrechte via de kapitaalrekening is verwerkt.
De man heeft volgens de rechtbank niet de vereiste IB-aangifte gedaan, omdat deze pas is ingediend nadat al een ambtshalve aanslag aan hem was opgelegd. Daarom wordt de bewijslast omgekeerd en verzwaard. De man moet aantonen dat het standpunt van de inspecteur onjuist is. Hij heeft niet met bewijsstukken aangetoond dat het vermogensverschil in eerdere jaren is ontstaan of dat de bij de fiscale winst over 2019 in aanmerking genomen herwaardering van de voorraad onterecht is. Bovendien kan met de foutenleer de winst alsnog worden gecorrigeerd in het oudste nog openstaande jaar, mocht de oorzaak in eerdere jaren liggen.