Fiscaal

Inkeer fotograaf rechtvaardigt herziene vermogensetikettering niet

gepubliceerd op: 06 augustus 2020

Een fotograaf meldt zich bij de inspecteur met de mededeling dat hij sinds 1993 tot en met 2009 omzet heeft afgeroomd. Hij heeft deze gelden direct onttrokken aan zijn onderneming en contant in Nederland aangehouden. Eind 2009 stort de fotograaf € 500.000 van de € 700.000 aan contanten op een Zwitserse bankrekening. De overige € 200.000 stort hij medio 2016 op een Nederlandse bankrekening. De € 700.000 worden in de IB-aangifte 2015 aangegeven als box-3-vermogen, maar bij de IB-aangifte 2017 kwalificeert de fotograaf € 200.000 als ondernemingsvermogen. Daar gaat Rechtbank Noord-Holland niet in mee.

Volgens de rechtbank kan de ondernemer zelf kiezen of hij vermogensbestanddelen tot het privévermogen of het ondernemingsvermogen wil rekenen, mits hij binnen de grenzen van de redelijkheid blijft. Door het afromen zijn de gelden direct onttrokken aan de onderneming en tot het privévermogen gerekend. Daarmee heeft de fotograaf er willens en wetens voor gekozen om de gelden tot het privévermogen te rekenen. Hij is daarbij binnen de grenzen van de redelijkheid gebleven. Zou hij die grenzen hebben overschreden, dan hadden de contanten tot het verplichte ondernemingsvermogen kunnen en moeten worden gerekend, aldus de rechtbank. Ook het inkeren en het fiscaal ‘witten’ van zijn zwarte omzet, vormen volgens de rechtbank geen bijzondere omstandigheid die een keuzeherziening rechtvaardigt.

Ook de foutenleer biedt de fotograaf geen uitkomst. Het geschil gaat namelijk over box-3-vermogen en niet over de winst uit onderneming, aldus de rechtbank. Daarop ziet de foutenleer niet.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.