Fiscaal

Inspecteur moet rentenadeel door te lage verliesvaststellingsbeschikking vergoeden

gepubliceerd op: 01 april 2021

Een bv ontvangt op 7 augustus 2010 een verliesvaststellingsbeschikking voor het boekjaar 2006/2007. Zij is hiertegen in verweer gekomen, waarna Hof Arnhem-Leeuwarden het verlies op 30 mei 2017 heeft vastgesteld op ruim € 1,5 miljoen. Dit heeft geleid tot een Vpb-teruggave van € 536.569, zonder rentevergoeding. De bv meent echter over de periode 7 augustus 2010 tot en met 30 mei 2017 recht te hebben op een vergoeding van € 189.578 heffings- en belastingrente en € 12.281 wettelijke rente. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de bv recht heeft op een vergoeding aan wettelijke rente van € 110.726 over de periode 7 augustus 2010 tot en met 30 mei 2017.

Het hof stelt vast dat de inspecteur het verlies van de bv in de verliesvaststellingsbeschikking van 7 augustus 2010 onjuist heeft vastgesteld. Hij had die beschikking toen al op € 1,5 miljoen moeten vaststellen. Door dit na te laten, heeft de bv een rentenadeel geleden. Daarom moet de inspecteur over de periode 7 augustus 2010 tot en met 30 mei 2017 (de dag waarop het verlies tot het juiste bedrag is vastgesteld) € 110.726 wettelijke rente vergoeden aan de bv. De totale rentevergoeding is lager dan de vergoeding waar de bv om had verzocht. Dat komt onder meer doordat partijen ermee instemden om de rente te berekenen op basis van de samengestelde interest voor consumententransacties in plaats van handelstransacties. Bovendien verwijst het hof de bv naar de civiele rechter voor een rentevergoeding over het bedrag van € 110.726 vanaf 30 mei 2017 tot aan de dag van uitbetaling.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.