Kindvrijstelling en laag tarief erfbelasting voor niet-erkend kind biologische vader
Een zoon erft in 2017 ruim € 503.932 van zijn biologische vader die hem niet heeft erkend. Hij heeft wel regelmatig contact met de vader. De zoon is op vijfjarige leeftijd wel erkend en opgevoed door de nieuwe huwelijkspartner van zijn moeder (zijn juridische vader). De inspecteur past bij de vaststelling van de aanslag erfbelasting de vrijstelling en het tarief toe voor overige verkrijgers. De zoon meent dat hij als bloedverwant recht heeft op toepassing van de kindvrijstelling en het lage tarief. Hof Arnhem-Leeuwarden is het met hem eens. De belastingwetgeving sluit voor het begrip ‘kind’ aan bij de mate van bloedverwantschap.
Volgens de inspecteur zou de Successiewet voor het begrip ‘kind’ aansluiten bij het civiele begrip ‘bloedverwant’. Bloedverwantschap bestaat op grond van het civiele recht alleen als er sprake is van een familierechtelijke betrekking. De rechtbank ging hier in mee. Het hof oordeelt echter anders. De belastingwet sluit aan bij het begrip ‘bloedverwant’. Een kind is een bloedverwant in de eerste graad van zijn biologische ouder. De civiele uitleg van het begrip ‘kind’ maakt dit niet anders. Hiermee heeft de wetgever het begrip ’bloedverwant’ willen uitbreiden, zodat een juridische, familierechtelijke betrekking ook onder het begrip ‘bloedverwant’ valt. Hieruit kan niet worden afgeleid dat een biologisch kind geen ‘bloedverwant’ van zijn biologische ouder kan zijn. De zoon heeft recht op de kindvrijstelling en het lage tarief van de erfbelasting.