Kwijtgescholden rekening-courantvordering: box-2-heffing en vergrijpboete
Een dga is enig aandeelhouder van een holding-bv. Deze bv geeft tussen 2010 en 2014 een oplopende vordering aan in haar Vpb-aangiften. Dit blijkt een op de balans van de holding-bv geboekte rekening-courantvordering op de dga te zijn. Eind november 2015 treedt de dga terug als enig bestuurder van de holding-bv, waarmee hij samenhangend een vaststellingsovereenkomst (vso) sluit. Daarin wordt de rekening-courantvordering als foutief aangemerkt en kwijtgescholden. De inspecteur belast de helft van de kwijtgescholden rekening-courantvordering als regulier ab-voordeel in box 2, verhoogd met een vergrijpboete van 50%. Is dat terecht?
Volgens de dga heeft de rekening-courantschuld nooit bestaan, zodat er geen regulier ab-voordeel kan zijn genoten. De inspecteur betwist dit op grond van de volgende feiten:
- De holding-bv heeft in de periode 2010-2014 de jaarlijks oplopende rekening-courantvordering opgenomen in haar Vpb-aangiften.
- De dga heeft de corresponderende schuld in 2013 en 2014 opgenomen in zijn IB-aangiften.
- De dga onderbouwt zijn stelling – dat er sprake zou zijn van foute boekingen – niet.
- Uit de vso blijkt dat de rekening-courantschuld aan de holding-bv wel degelijk heeft bestaan, aangezien daarin is vermeld dat de schuld wordt kwijtgescholden.
Volgens de inspecteur heeft de dga – gezien de omvang van de correctie (€ 157.067) – niet de vereiste aangifte gedaan. Daarnaast stelt hij dat de dga heeft gehandeld met voorwaardelijke opzet. Vandaar de vergrijpboete van 50%.
Uitspraak Rechtbank Den Haag
Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inspecteur terecht de kwijtgescholden rekening-courantschuld aan de holding-bv bij de dga (voor de helft*) heeft aangemerkt als een regulier ab-voordeel in box 2. Ook oordeelt de rechtbank dat de vergrijpboete van 50% terecht is opgelegd. Volgens de rechtbank heeft de dga niet de vereiste IB-aangifte gedaan. Daardoor rust bij hem de verzwaarde bewijslast (‘aantonen’ in plaats van ‘aannemelijk maken’). De dga onderbouwt zijn stellingen echter niet. De holding-bv verarmt door de kwijtschelding en de dga verrijkt door het wegvallen van zijn schuld zonder dat hiervoor een zakelijke reden is. De holding-bv en de dga moeten zich hiervan bewust zijn geweest.
*) Tegelijk met deze procedure loopt de zaak van de echtgenote van de dga. Die zaak is niet gepubliceerd, maar die zal de andere helft van het reguliere ab-voordeel betreffen.